De kinesitherapie kon sinds 1973 terugvallen op een vorm van gedragsregels en ethische code uitgevaardigd via een omzendbrief van de Erkenningsraad van de dienst Geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) (onder de titel ‘tekortkomingen in het uitoefenen van het beroep’).  Deze brief werd later meermaals aangevuld en gewijzigd met als laatste versie deze van 16 december 1997.  Deze omzendbrief bevatte een aantal werkzame limitatieve richtlijnen voor de Erkenningsraad voor kinesitherapeuten.  Hij verviel met de opheffing van deze Erkenningsraad door de installatie van de Erkenningscommissie Kinesitherapie op 1/10/2002 onder de voogdij van de Minister van Volksgezondheid.  

Sindsdien bestaat er op het vlak van gedragsregels voor de kinesitherapeut een reëel vacuüm.  Dit terwijl dergelijke regels of code toch bijzonder multidimensioneel kunnen fungeren als geheel van professionele standaarden voor de beroepsbeoefenaars in de ruimst mogelijke context.

Immers, kinesitherapeuten zijn verantwoordelijk voor het verschaffen van kwalitatief hoogstaande zorg en hebben een invloed op het welzijn en welbevinden van talrijke individuen.  Als gevolg van talrijke veranderingen in de gezondheidszorg in het algemeen en de sector kinesitherapie in het bijzonder, evenals in de samenleving, worden kinesitherapeuten continu geconfronteerd met professionele en deontologische vraagstukken.  Gepaste antwoorden of gedragingen worden dan ook van deze kinesitherapeuten verwacht, daar waar zij vaak niet voldoende bewust zijn van de ethische dimensie van hun handelen.  Het is daarom van cruciaal belang dat een nieuwe set van gedragsregels en deontologische reflecties werden ontwikkeld, maar ook dat hieraan de nodige aandacht wordt gegeven zowel bij de beroepsbeoefening als tijdens de opleiding.

Internationale en nationale inspanningen hebben geresulteerd in het formuleren van gedragsregels voor zorgverstrekkers, die de meeste waarden, normen en verantwoordelijkheden vertalen die noodzakelijk zijn voor de kinesitherapeutische beroepsbeoefening.  Bovendien functioneren deze gedragsregels als basis van de professionele uitoefening van de kinesitherapie:

(1) Zij geven aan dat de samenleving van de kinesitherapeuten mag verwachten dat zij het aan hen geschonken vertrouwen en de door hen opgenomen verantwoordelijkheid correct weten in te schatten en als dusdanig begrijpen.  Gedragsregels worden aldus beschouwd als een uitdrukking van een professionele identiteit, zodat de samenleving weet wat ze van dit beroep en haar beoefenaars mag verwachten.

(2) Gedragsregels zorgen voor richtlijnen in de professionele activiteiten en relaties en vormen aldus de aanzet tot een ethische kinesitherapiebeoefening.  Zij kunnen bijdragen tot een ondubbelzinnige en duidelijk aangepaste ethische besluitvorming en attitude.

(3) Deze gedragsregels definiëren de relatie van de kinesitherapeut met de patiënt, de andere zorgverstrekkers, het beroep en de maatschappij.

(4) Gedragsregels bieden een middel voor de professionele zelfregulatie.  Ze kunnen worden beschouwd als de instrumenten bij uitstek voor het regelen van de kinesitherapeutische attitude en gedrag en voor het zich rekenschap geven van de kinesitherapeuten ten overstaan van de hoogst mogelijke standaarden in de beroepsbeoefening.

In het licht van voorgaande vaststellingen, beschouwingen en het algemene nut en dito functie van gedragsregels, werd besloten binnen de schoot van de Nationale Raad voor de Kinesitherapie nieuwe gedragsregels te ontwikkelen.  Deze beslissing werd in hoofdzaak ingegeven door het feit dat er actueel in wezen geen gedragsregels meer gangbaar zijn en de inhoud van de hoger aangehaalde omzendbrief van het RIZIV niet langer volstaat om tegemoet te komen aan de hedendaagse ontwikkelingen en beroepsbeoefening.  Bovendien is het ontegensprekelijk dat het hebben van gedragsregels één van de essentiële onderdelen is van de zogenaamde professionalisatie van de kinesitherapie.  Met professionalisatie wordt het proces geduid, waarbij leden van een beroepsgroep, op collectieve wijze, vooral gebruikmakend van hun competentie en kunde, trachten de hen toekomende sociale positie te verwerven of te verdedigen, met als doel de status van het beroep te vrijwaren en te verbeteren.

Een ad hoc werkgroep ‘Ethiek en Deontologie’ heeft geruime tijd en gefaseerd aan dergelijke gedragsregels gewerkt waarbij vergelijkend literatuuronderzoek, overleg en discussie, expertise-advies de bouw- en toetsstenen vormen van de voorliggende gedragsregels.

 

Download hieronder het volledige document.