De bedoeling van deze bijdrage is een overzicht te geven van de reglementering waarmee de kinesitherapeut rekening moet houden wanneer hij reclame wil maken of meer algemeen wanneer hij zijn diensten bekend wil maken aan het publiek.

Hier dient te worden opgemerkt dat publiciteit en reclame twee verschillende begrippen zijn. Wanneer zij niet in de betrokken wetgevende tekst worden gedefinieerd mag men er bijgevolg de gewone betekenis aan geven. Volgens Van Dale is:

  • publiciteit: openbaarheid, bekendheid
  • reclame: openbare aanprijzing om de afzet van goederen of diensten te bevorderen

Uit deze definities blijkt duidelijk dat publiciteit een ruimer begrip is dat eveneens reclame omvat.

Bij het oplossen van de vraag of en in welke mate de kinesitherapeut publiciteit mag maken voor zijn diensten, moet rekening worden gehouden met verschillende nationale en internationale wettelijke bepalingen.

Het koninklijk besluit nr. 78 bevat geen wettelijke regeling met betrekking tot het maken van publiciteit door gezondheidszorgbeoefenaars.

In tegenstelling tot de artsen en de apothekers, hebben de kinesitherapeuten geen gevestigde Orde die over de bekendmaking van hun diensten (communicatie en publiciteitsvoering) bindende regels kan uitvaardigen. Vroeger bestond er bij het RIZIV de Erkenningsraad voor Kinesitherapeuten die regels inzake reclame had opgesteld en die sanctionerend kon optreden. Zij kon indien nodig een erkenning intrekken. De Erkenningsraad komt sinds 2002 niet meer samen en werd in februari 2006 formeel afgeschaft.

Op dit ogenblik bestaan er voor de kinesitherapeuten een aantal niet-bindende gedragsregels inzake publiciteit, opgesteld door de “werkgroep ethiek en deontologie” van de “Nationale Raad voor de kinesitherapie”.

Artikel 127 van de RIZIV-wet van 14 juli 1994 omvat een regeling met betrekking tot het maken van publiciteit door gezondheidszorgverleners. Deze regeling is van toepassing op de kinesitherapeuten met een nomenclatuurnummer.

Er moet ook rekening worden gehouden met de wet van 2 augustus 2002 betreffende de misleidende en vergelijkende reclame, de onrechtmatige bedingen en de op afstand gesloten overeenkomsten inzake de vrije beroepen. Deze wet is de omzetting van de richtlijn 84/450/EEG van de Raad van 10 september 1984 inzake misleidende reclame, gewijzigd bij richtlijn 97/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 oktober 1997.

Bovendien mag het maken van publiciteit niet in strijd zijn met de wet tot bescherming van de economische mededinging, gecoördineerd op 1 juli 1999.

Tenslotte moet iedere nationale reglementering inzake publiciteit worden getoetst aan de regels van de Europese Unie en aan het E.V.R.M. Wat de Europese Unie betreft zijn dit meer bepaald de regels inzake:

  • de vrijheid van vestiging en de vrijheid van dienstverlening;
  • de mededingingsregels.

De vraag of een reclameverbod voor kinesitherapeuten verenigbaar is met deze Europese regelgeving blijft actueel.

 

Download hieronder het volledige document